Sterilisatie/ castratie hond

Sterilisatie van een teefje.

Teefjes kunnen vanaf 6 maanden leeftijd gesteriliseerd worden. Dit betekent dat u bij aanvang van de loopsheid dan nog ongeveer 2,5 maand moet wachten alvorens de ingreep kan worden gedaan. De reden hiervoor, heeft te maken met het feit dat de baarmoeder dan minder doorbloed en gezwollen is, waardoor het operatierisico kleiner is. Het geslachtsapparaat bevindt zich 2,5 à 3 maanden na de loopsheid in de meest rustige fase.

Sterilisatie verkleint het risico op kwaadaardige melkkliertumoren op oudere leeftijd. Wanneer de ingreep voor de 1e loopsheid wordt gedaan is dit risico zelfs kleiner dan 1%.  Dit percentage stijgt naar 7% wanneer de ingreep tussen de 1e en 2e loopsheid wordt gedaan. Na een leeftijd van 2.5 jaar of na de 3e loopsheid is het risico inmiddels gesteven naar 25%. Dit wil uiteraard niet zeggen dat uw hond per definitie melkkliertumoren zal krijgen wanneer u uw hond niet laat steriliseren. Het risico hierop wordt groter. Ook heeft sterilisatie een gunstig effect op het niet ontwikkelen van suikerziekte, en is er geen risico meer op het ontstaan van pyometra (baarmoederontsteking).

Tijdens de sterilisatie worden de eierstokken verwijderd (OVE), en dat neemt de hormonale invloeden weg. Bij deze operatieve ingreep wordt de baarmoeder niet verwijderd. Dit wordt niet gedaan omdat het feitelijk niet nodig is. De operatie is zwaarder, omdat de snede in de buik dan groter gemaakt dient te worden en de ophangbanden doorgescheurd moeten worden. Het herstel duurt dan ook langer.

Heel vaak krijgen wij de vraag of er eerst een loopsheid moet worden afgewacht of voor de eerste loopsheid het beste is het teefje te steriliseren. Wij hebben het advies van de faculteit opgevraagd, die daar onderzoek naar hebben gedaan en zullen het hieronder plaatsen.

  • Het voordeel van steriliseren vóór de 1e loopsheid ten opzichte van na de 1e loopsheid is dat het risico op het ontstaan van kwaadaardige melkkliertumoren beduidend kleiner is: < 1% tegen 7%.
  • Het nadeel is van steriliseren voor de 1e loopsheid ten opzichte van een sterilisatie na de 1e loopsheid is, dat het risico op het ontwikkelen van incontinentie wat groter is. Zeker wanneer uw hond tot de risico rassen behoort, dan wel een volwassen gewicht zal bereiken van boven de 20 kg. Dit risico is 9.8% voor het ontwikkelen van incontinentie wanneer de ingreep vóór de 1e loopsheid wordt gedaan ten opzichte van 3.7% bij een ingreep na de 1e loopsheid. Er wordt hier uiteraard over risico’ s gesproken, dat wil niet per definitie zeggen dat uw hond incontinent zal worden. Het risico na de 1e loopsheid is wat kleiner, doordat het urineweg stelsel een betere rijping kan ondergaan door hormonale invloeden. Dit mogelijke incontinentie probleem wordt pas ongeveer 4-5e jaar na de ingreep waargenomen en vaak ook pas na het 8-9e jaar.

 

Castratie van een reu.

Operatieve castratie van reuen is in principe uitsluitend nodig als er problemen zijn: wegloopgedrag, voorhuidontsteking, e.d. Tevens als de eigenaar een castratie van de reu wil, is dit mogelijk. De voorhuidontsteking stopt of wordt minder in de meeste gevallen na castratie. Vermindering van wegloopgedrag en druk zijn door operatieve castratie kan, maar werkt niet in alle gevallen. Hoe de reu zal reageren na castratie valt goed te voorspellen door het plaatsen van een suprelorin implantaat. Het implantaat werkt 6 tot 12 maanden en is omkeerbaar in tegenstelling tot een chirurgische castratie. Het implantaat lost op en verliest zijn werking na deze periode.