Toxicaties

Zou hij niet vergiftigd kunnen zijn ?’ is een veel geplaatste opmerking van een ongeruste  meedenkende eigenaar bij het onderzoek van een patiënt met een niet meteen duidelijk ziektebeeld.  Meestal wordt in zo’n geval uiteindelijk geen vergiftiging (intoxicatie) vastgesteld.  Als dit wel het geval is, dan gaat het hierbij meestal om ongelukken. Denk bijv. aan pups die alles wat ze tegen komen uit nieuwsgierigheid in hun bek pakken. Vaak betreft het ook katten omdat deze door hun gedrag en de plaatsen waar ze komen nogal eens iets over zich heen krijgen. Omdat de eerste hulp bij vergiftigingen erg belangrijk kan zijn, volgen hier onder enige handreikingen voor enkele zeer uiteenlopende vormen van vergiftigingen.

 

Steken van insecten

De jonge hond die plotseling piepend uit de tuin komt rennen zien we vooral in de zomerperiode en nogal eens betreft het dan een wespensteek. Wat u zelf kunt doen is de angel verwijderen (deze bevat het gif), hoewel deze vaak moeilijk te vinden is (zoek vooral rondom en in de bek en aan de voorpoten). Vervolgens eventueel de wond reinigen en hierbij ijsblokjes of azijn gebruiken.  Wanneer het dier overgevoelig reageert door een sterke zwelling van de kop, tong of ledematen of slap wordt, dan direct met ons contact opnemen.

 

Giftige stoffen op huid of vacht

Wanneer een dier een giftige stof op zijn lichaam krijgt, loopt hij het risico dat hij de stof via de huid (denk aan benzineachtige stoffen) of door het oplikken, binnen krijgt. Het is dus belangrijk de stof zo snel mogelijk van de vacht te verwijderen door deze te wassen met een milde shampoo met gebruik van veel water (of zelfs stofzuigen). Lukt dit onvoldoende, bijvoorbeeld doordat het dier te opgewonden is, neem dan contact met ons op.


Stoffen in het oog

Net als bij uzelf geldt hier: SPOELEN-SPOELEN en nog eens SPOELEN en daarna eventueel met ons contact opnemen.


Opgegeten of opgedronken stoffen

Om de stof zo snel mogelijk uit het lichaam te verwijderen kan het de eerste 2 tot 4 uur van belang zijn het dier te laten braken. Dit moet u echter niet zelf doen door het dier bijv. een schep zout achter op zijn tong te leggen; daar ook een overdosis zout tot vergiftigingsverschijnselen kan leiden. Wij kunnen een hond echter d.m.v. een injectie – welke inwerkt op het braakcentrum – op een veilige wijze laten braken. ECHTER: braken is niet altijd gewenst. Bij opname van bijtende stoffen zoals accuzuur, zoutzuur, natronloog, afbijtmiddel, benzine, petroleum of verfverdunner mag men het dier absoluut niet laten braken omdat dit alsnog slokdarmbeschadigingen kan veroorzaken. Verder mag men het dier niet laten braken bij: een bemoeilijkte ademhaling, wanneer het dier niet goed kan slikken, krampen heeft of te verzwakt is.  Wanneer braken niet mogelijk is of wanneer het hiervoor te laat is (langer dan 4 uur na opname) dan dient men het dier zoveel mogelijk te laten drinken (water of melk) en sowieso contact met ons op te nemen.


Neem bij de geringste twijfel echter altijd contact met een dierenarts op.

Wij kunnen door middel van infusen het gif bijvoorbeeld sneller uit het lichaam laten afvoeren.  Bovendien kunnen we gevolgen van vergiftigingen bestrijden zoals het onderdrukken van krampen of opwinding bij zenuwgiffen, maar soms ook specifieke tegen stoffen toedienen om de gifstoffen te neutraliseren.  Hiervoor is het echter voor ons wel van belang precies te weten om welke giftige stof het gaat en de opgenomen hoeveelheid. Het gaat ons daarbij met name om de stofnaam (en niet zozeer de merknaam) van het product.  Neem eventueel de verpakking mee of wanneer het dier gebraakt heeft het braaksel.