Diabetes mellitus

Diabetes mellitus, ook wel suikerziekte genoemd, is het gevolg van een tekort aan insuline. Hierdoor blijft de suikerspiegel in het bloed hoog en kan het suiker niet vanuit het bloed de lichaamscellen in worden getransporteerd. De lichaamscellen hebben daardoor een tekort aan suiker, ook wel glucose genoemd, en kunnen daardoor niet goed hun vitale functies uitoefenen.

Veel voorkomende symptomen van een hond met diabetes mellitus:


1. Heel opvallend is dat de hond veel meer drinkt en plast dan voorheen
2. De hond zal waarschijnlijk vermageren ondanks dat hij/zij wel graag eet of zelfs meer eet dan normaal. Uiteindelijk zal hij/zij minder gaan eten.
3. Onzindelijkheid kan zich voordoen.
4. Bij het urineonderzoek kan opvallen dat er suiker inzit, dit mag er normaal gesproken niet inzitten; stress kan een reden zijn voor een tijdelijke uitscheiding van glucose in de urine (tijdelijke verhoging van suiker in het bloed). Hiermee bedoelen we dat wanneer er suiker in de urine zit, de diagnose suikerziekte eerst door middel van bloedonderzoek bevestigd dient te worden. Het geven van insuline aan een dier die geen suikerziekte blijkt te hebben kan verstrekkende gevolgen hebben. Een nierprobleem kan ook aanleiding zijn voor het vinden van suiker in de urine.
5. Braken.
6. Depressief zijn.
7. Staar ontwikkelen in de ogen (waasje in de ooglens van de ogen).

 

Als eenmaal de diagnose diabetes mellitus is gesteld bij de hond is het belangrijk een therapie te volgen van medicatie/ voeding en beweging. Wij noemen dit ook wel reguleren of instellen. Onderzoek wijst uit dat de behandeling met insuline bij de meeste honden met suikerziekte de meest succesvolle therapie is. Voor de behandeling van honden met suikerziekte is in Nederland het middel Caninsulin geregistreerd. Caninsulin is een waterige suspensie die insuline bevat, geschikt om subcutaan, dat wil zeggen “onder de huid”, toe te dienen (niet moeilijk om zelf te doen). Belangrijk is regelmatig bloedonderzoek (en dit kan heel eenvoudig met een heel klein puntje bloed en kan ook door u thuis gedaan worden) regelmatig te herhalen om te kijken wat de insuline toediening doet met de glucose waarde in het bloed.

 

Tevens is het van belang om de samenstelling en de hoeveelheid voeding dagelijks hetzelfde te houden. De dieetbehandeling heeft als doel een stabiel en ideaal lichaamsgewicht te handhaven, grote schommelingen in het bloedsuikergehalte te beperken en de insuline afgifte door de alvleesklier te stimuleren. De dagelijkse benodigde hoeveelheid voer dient over 2 gelijke  porties verdeeld te worden. De eerste portie dient vlak voor de insuline gegeven te worden, de andere ongeveer 7/8 uur later. Het is van belang dat de hond eerst gegeten heeft, alvorens u de insuline geeft. Wanneer een dier geen eetlust heeft en u geeft toch insuline, dan kan het zijn dat de insuline inwerkt op een goed gereguleerde glucosespiegel, die op dat moment onder het laagste niveau gaat dalen. Uw dier kan dan een zogeheten ‘hypo’ ontwikkelen.

Er bestaan ook specifieke diëten die u uw hond met suikerziekte kunt geven. Het gaat er hierbij met name om, dat de voeding een hoog percentage aan vezels bevat. Vezelrijke voeding vermindert schommelingen in de bloedsuikerspiegel, waardoor de toegediende insuline beter benut wordt. Verder is het essentieel dat het voer een beperkt energiegehalte heeft, waarmee verlies aan vet wordt gestimuleerd. Dit leidt wederom tot een betere reactie op insuline van het lichaam en draagt eraan bij dat koolhydraten (suikers uit de voeding) uit de voeding geleidelijk opgenomen worden door het lichaam.

 

Een ander punt waarbij rekening gehouden dient te worden is beweging. Lichaamsbeweging heeft invloed op de glucose- en dus ook op de insulinebehoefte van het lichaam. Regelmatige en gecontroleerde activiteiten worden aangeraden. Teveel inspanning ineens moet worden vermeden om ernstige schommelingen in de vraag naar glucose te voorkomen. Dus als de hond gewend is elke dag lange wandelingen te maken is dit geen probleem. De problemen ontstaan als dit incidenteel gebeurt.

 

De prognose van een hond met suikerziekte is sterk afhankelijk van de motivatie en inzet van u als eigenaar. De regulatie van een hond met suikerziekte vraagt (zeker in eerste instantie) aandacht. Veel suikerziekte patiënten kunnen in een stabiele toestand worden gebracht en de levensduur zal vergelijkbaar zijn met die van een normale niet zieke hond.